Deze website gebruikt cookies en verzamelt daarmee informatie over het gebruik van de website om deze te analyseren en om er voor te zorgen dat je voor jou relevante informatie te zien krijgt. Door hiernaast op akkoord te klikken, geef je aan akkoord te zijn met het gebruik van cookies en het verzamelen van informatie aan de hand daarvan door ons en door derden. Bekijk onze privacy verklaring voor meer informatie.

Na een rustige start van het jaar gingen de aandelenmarkten aan het einde van het eerste kwartaal omlaag. Wereldwijd keken beleggers vooral naar de gevolgen van geopolitieke gebeurtenissen, met name de oorlog in Iran. In de Verenigde Staten sloot de S&P 500 lager af, nadat de index eerder dit jaar nog recordstanden had bereikt. In Europa en andere ontwikkelde landen buiten de VS, en in opkomende markten, waren de resultaten beter. Dit was zo, ondanks de onrust in het Midden-Oosten. Op de obligatiemarkten bleef het rustig. Het rendement op Amerikaanse staatsleningen veranderde weinig en kwam uit op ongeveer 4,3%.
Tot en met 31 maart daalde de S&P 500 met 4,3%. De Nasdaq, met veel technologiebedrijven, verloor 7,0%. Voor Europese beleggers viel het verlies kleiner uit. In euro’s gemeten daalde de S&P 500 met 2,5%, omdat de Amerikaanse dollar sterker werd. Technologiebedrijven zakten terug na eerdere stijgingen. Beleggers maken zich zorgen over de invloed van kunstmatige intelligentie op sommige sectoren, vooral bij softwarebedrijven. Ook het handelsbeleid bleef belangrijk. Het Amerikaanse Hooggerechtshof bepaalde dat sommige invoerheffingen niet geldig waren. De markten reageerden hier nauwelijks op, waarschijnlijk omdat beleggers dit al hadden verwacht.
De onrust op de markten nam toe toen de VS en Israël Iran eind februari aanvielen. Ook steeg de olieprijs sterk. De spanningen in het Midden-Oosten gingen door in maart. Problemen met de olievoorziening zorgden voor hogere olieprijzen. Toch is het goed om te weten dat aandelenrendementen wereldwijd meestal niet direct samenhangen met de olieprijs. De olieprijs is maar één van de vele factoren die invloed hebben op de beurs.

Figuur 1 - Aandelen en olieprijzen
De grafiek laat zien dat aandelen soms goed en soms slecht presteren, zowel bij lage als bij hoge olieprijzen.
Wereldwijde aandelen daalden in het eerste kwartaal met 1,3%, gemeten in euro’s. Aandelen in ontwikkelde landen buiten de VS stegen met 1,0%. Aandelen in opkomende markten deden het nog iets beter met een stijging van 1,8%. Ondanks alle spanningen staan aandelenmarkten nog steeds dicht bij hun langetermijnhoogtes. Ook in eerdere jaren bleven aandelen vaak stijgen, ondanks conflicten in de wereld.
Oorlogen zorgen altijd voor verdriet en onzekerheid. Ook beleggers maken zich dan zorgen over hun beleggingen. Toch is het belangrijk om niet te snel grote veranderingen te maken in de beleggingsmix. Financiële markten kijken vooruit. Koersen reageren op nieuwe informatie. Slecht nieuws kan zorgen voor dalingen, maar dit wordt vaak snel verwerkt in de prijzen. Daarna blijven positieve rendementen mogelijk, zelfs in onzekere tijden.